Bron: Toivanen et al. – The Challenge of an Empty Space: Pedagogical and Multimodal Interaction in Drama Lessons.

NAAM BRON: The Challenge of an Empty Space: Pedagogical and Multimodal Interaction in Drama Lessons.

TYPE BRON: Artikel nav onderzoek (peer reviewed)

AUTEUR: Toivanen, T., Mikkola, K., & Ruismäki, H.

APA:

Toivanen, T., Mikkola, K., & Ruismäki, H. (2012). The Challenge of an Empty Space: Pedagogical and Multimodal Interaction in Drama Lessons. Procedia – Social and Behavioral Sciences, 69, 2082–2091. Geraardpleegd op 21 november 2021, van https://doi.org/10.1016/j.sbspro.2012.12.168

CONTEXT:  kwaliteit, competenties, beeldcoaching, stimulated recall, vragen, dramaonderwijs, codering

VERZAMELING VAN MATERIAAL UIT DE BRON:

 

Toivanen, T., Mikkola, K., & Ruismäki, H. (2012). The Challenge of an Empty Space: Pedagogical and Multimodal Interaction in Drama Lessons. Procedia – Social and Behavioral Sciences, 69, 2082–2091. Geraardpleeg op 21 november 2021, van https://doi.org/10.1016/j.sbspro.2012.12.168

 

Dramaonderwijs is volgens Toivanen et al. (2012) te definiëren als kunstonderwerp en als lesmethode. Dit onderzoek richt zich op dramaonderwijs als lesmethode.

Studenten vinden de interactie in dramaonderwijs een uitdaging. Drama is een vrije vorm van educatie en dat maakt het klassenmanagement of de begeleiding van individuele studenten uitdagend (Toivanen et al., 2012).

De studenten uit het onderzoek van Toivanen et al. (2012) hadden minder vertrouwen in het eigen handelen binnen de dramalessen, maar ook minder vertrouwen in vakkennis, leerkrachtvaardigheden en non-verbale communicatievaardigheden.

Dramalessen binnen het onderwijs brengt elementen van theater als kunstvorm het klaslokaal binnen. Deze zintuigelijke ervaring van leren doet een beroep op de cognitieve, psychische, sociale en emotionele ontwikkeling en het leren ervan (Toivanen et al., 2012).

In de Finse en Noorse pedagogische traditie wordt, evenals in de Nederlandse situatie, pedagogische interactie gescheiden in didactiek en pedagogiek. Onder pedagogiek verstaan Toivanen et al. (2012) de relatie met de leerlingen en onder didactiek het lesgeven zelf. Deze twee zijn met elkaar verbonden. à ZO OOK UIT 6 OKTOBER VERSLAG

Lesgeven, de didactiek, kan volgens Toivanen et al. (2012) worden verdeeld in drie onderdelen: de pre-pedagogische interactie (het plannen en het stellen van doelen), pedagogische interactie (instructie, begeleiding, structuur van de les, werkvormen en lesmethoden) en post-pedagogische interactie (feedback en reflectie). In de Anglo-Amerikaanse traditie wordt deze kennis meestal ‘content and pedagogy’ genoemd. Onder de pedagogische interactie, de handelingen van de leerkracht binnen de context van leersituatie van de leerlingen, valt de aansturing met de stem (instructie, vragen, intonatie, volume) en de visueel-ruimtelijke handelen (gebaren, mimiek, lichaamshouding, beweging en het gebruik van de ruimte).

Het reflecteren tijdens het pedagogisch handelen in het moment kan gefocust zijn op vier categorieën: (1) de educatieve doelen en doelstellingen, (2) de inhoud, (3) het proces van het leren en de aangeboden procedures en (4) de doelgroep waaraan wordt lesgegeven. à CODEREN HIEROP?

‘The expert teacher is assumed to have information that novices do not have.’ (Toivanen et al., 2012, p. 2083)

De kennis van leerkrachten die expert zijn is impliciet. Om een expert te worden is er een proces van een leven lang leren nodig, omdat de essentie van het beroep van leerkracht complex is en het managen van de complexiteit tijd vergt (Toivanen et al., 2012). à CONNECTIE TACIT KNOWLEDGE

‘Experienced teacher are more able to identify the relevant factor of complex and mixed teaching situations.’ (Toivanen et al., 2012, p. 2083)

Door ervaring ontwikkelt de leerkracht sensibiliteit voor lessituaties, zo is ontstaat ook  e mogelijkheid om persoonlijke praktische pedagogische theorieën toe te passen (Toivanen et al., 2012).

Door het gebrek aan ervaring hebben nieuwe leerkrachten meer behoefte aan richtlijnen en werkende principes. Een meer ervaren leerkracht zal onvermijdelijk routines zich eigen maken, en zal daar gebruik van kunnen maken als zich onverwachte situaties voordoen (Toivanen et al., 2012).

‘Inexperienced teacher students need routines, but they also need to learn how to flexibly apply them. Developing the skill of disciplined improvisatoin is at the centre of drama teaching and makes is challenging.’ (Toivanen et al., 2012, p. 2083) à CITAAT

‘With the help of stimulated recall method, thinkink processes can become visible.’ (Toivanen et al., 2012, p. 2084) à CITAAT OVER METHODE

Het stimuleren van een herinnering is toepasbaar als methodiek wanneer pedagogische beslissingen in het klaslokaal bestudeerd willen worden (Toivanen et al., 2012).

Vragen die Toivanen et al. (2012) in hun onderzoek door middel van stimulated recall deden naar studenten die dramalessen gaven stelde ze uiteindelijk de volgende vragen nadat de studenten een videoclip uit les hadden gezien: (1) Hoe zou je de interactie tussen jou en de leerling beschrijven in deze situatie? En (2) Wat zou je aan je gedrag veranderen als je de les weer zou geven? à VRAGEN MEER GERICHT OP PEDAGOGISCHE.

In het onderzoek van Toivanen et al. (2012) wordt onderscheid gemaakt tussen vijf elementen die het geven van dramalessen uitdagend maken. Dit zijn de volgende vijf onderwerpen.

  • Het onderwerp (drama): de karakteristieken van dramaonderwijs, de afspraak met de leerlingen om het dramaonderwijs aan te gaan, het onderhouden van de verbeelding tijdens de les.
  • Lesopbouw: de planning, instructie, de structuur van de les, het operationaliseren van de voorbereiding en het geven van feedback.
  • De handelingen van de leerkracht: aanwezigheidheid, visueel-ruimtelijk handelen, stemgebruik en communicatie met de stem, ruimtegebruik in het lokaal, samenwerkingen.
  • Leerlingen: het enthousiasme, het luisteren naar de instructie, het volgen van de instructie, de locatie van de leerlingen in de ruimte.
  • Middelen: tijd, groepsgrootte, grootte van de ruimte.

 

Vanuit onderzoeksoogpunt kan de pedagogische interactie in de dramaonderwijs worden onderzocht vanuit de leerling of de leerkracht. Wanneer het vanuit de leerkracht wordt beschouwd dan zijn pedagogische theorieën over de activiteiten van belang (Toivanen et al. 2012).

 

Om dramaonderwijs vanuit het oogpunt van de leerkracht te onderzoeken focust het onderzoek van Toivanen et al. (2012) bijvoorbeeld op de volgende elementen binnen het dramaonderwijs: de pedagogische interactie, de interactie in het klaslokaal, de lesopbouw en voorbereiding van de leerkracht, de handelingen van de leerkracht en de multimodale interactie (de interactie die zich richt op verschillende gebieden of aspecten). à STRAKKE INDELING ALLICHT VOOR DE AANPASSING VAN DE VRAGEN EN CODERING

 

Toivanen et al. (2012) geven aan dat in hun onderzoek waarbij dramalessen door middel van stimulated recall werd onderzocht de leerkrachten hun aandacht vooral was gericht op hun eigen acties, omdat het pedagogische denken en handelen nog niet was geautomatiseerd. Doordat ze vooral op zichzelf waren gefocust was de préséance in de situatie (in de ruimte en in interactie) zwak. à VERGELIJK MET UITEINDELIJKE RESULTATEN

 

‘The drama teacher’s communication style influences the way the whole group interacts. Particulary in the early stages of drama work, the teacher’s presence and speech are particular importance.’ (Toivanen et al. 2012, p. 2086) à KOPPELEN AAN DE WIJZE VAN HET VERTELLE EN VERBEELDEN

 

De rol van de leerkracht binnen dramaonderwijs is er meer één van een ondersteuner dan een traditionele leerkracht die overdraagt. In de meeste andere schoolvakken is de interactie tussen de leerkracht, de ruimte en de leerlingen makkelijker dan bij dramaonderwijs, omdat het werk van de leerlingen, de bewegingen en verbale interactie dan meer gecontroleerd zijn door de leerkracht (Toivanen et al. 2012).

‘Pedagogical content knowledge is defined as the ability to convey one’s understandings of the content knowledge trough multiple models of teaching for student understanding.’ (Toivanen et al., 2012, p. 2087).

 

 

Dramaonderwijs aanbieden is uitdagend voor aankomend leerkrachten omdat het vraagt om vaardigheden in dramawerkvormen en de mogelijkheid om de préséance te laten gelden binnen het proces met de leerlingen (Toivanen et al., 2012).

Een succesvolle drama-activiteit is mogelijkheid om wederzijdse en non-verbale communicatie te oefenen waarin de hele klas kan deelnemen (Toivanen et al. 2012).

Een deelnemer aan het onderzoek van Toivanen et al. (2012), waarbij de interactie van de leerkracht binnen dramaonderwijs werd onderzocht, geeft aan dat het onderhouden van de verbeelding lastig is wanneer de discipline gehandhaafd dient te worden, want dan verdwijnt de verbeelding. Binnen het toepassen van teacher-in-role ervaarde de deelnemers aan dit onderzoek soortgelijke ervaringen, omdat er vanuit de rol feedback diende te worden gegeven.

Een aspect dat Toivanen et al. (2012) benoemen als voorwaarde voor dramaonderwijs is dat de leerlingen en de leerkracht de afspraak accepteren dat er binnen de dramales verbeelde omstandigheden zijn om vanuit te werken in de vrije ruimte.