Op de vakantie in Thailand communiceren we in het Engels. Tenslotte is hun Nederlands niet zoals het mijne en mijn Thais niet zoals het ooit geweest zou kunnen zijn. Mijn Engels is niet dat van een native, maar ook geen stonekolen Dunglish, dus die communicatie zit wel snor.

Echter kom ik hier prachtige menukaarten tegen met daarop ‘cheese buger’ en ‘soft drinds’ (wij eten overigens alleen Thais eten, waarvan ik vermoed dat het wel correct gespeld is). 





Ergens op een marktje lazen we ook ‘beware of the lost shoes’. Dat impliceerde dat ergens twee kwaadwillende verloren schoenen aan een wraakzuchtige en moordadige tocht bezig waren om iedere voorbijganger te strikken – zie je het woordgrapje – om deze vervolgens onder de zolen te vegen.

Het meest bang werd ik toen ik bij het toiletbezoek ergens op het platteland las ‘man urinating behind’. Angstig liep ik door het nauwe naar urine ruikende, met kakkerlakken opgeleukte, gangetje. Wat zou ik aantreffen? Mannen die zich spontaan tot mij richten en mij volledig van een natte klets verse urine zouden voorzien? En om hoeveel mannen gaat het dan? Zijn het er 5 of 50 die ‘behind’ aan het ‘urinaten’ zijn? Met een glimlach, maar met de mond dicht – je weet tenslotte maar nooit – draai ik mijn lichaam om het muurtje. Een opluchting. Niemand stond te ‘urinaten’. Gelukkig. Misschien hadden ze pauze of nou ja… Ze waren er niet. Ik was, zoals ze in Thailand zouden zeggen: ‘reliefet’.